1) De hoofdopties: weg, zee, lucht (en combinaties)
Voor zendingen tussen Nederland en Marokko zie je in de praktijk drie dominante modaliteiten:
- Wegtransport (truck): flexibel, geschikt voor palletzendingen en frequente leveringen.
- Zeevracht (container/LCL): kostenefficiënt bij grotere volumes, maar met meer planning en variatie in doorlooptijd.
- Luchtvracht: snel voor spoed of hoge waarde, maar relatief duur en vaak met volumebeperkingen.
Combinaties komen veel voor, bijvoorbeeld: truck naar een Europese haven + zee naar Tanger Med/Casablanca + natransport per truck.
2) Veelgebruikte routes tussen NL en Marokko
Route A: Wegtransport via Spanje + ferry naar Marokko
Een klassieke corridor loopt via Frankrijk naar Zuid-Spanje, daarna per ferry naar Noord-Marokko. De overtocht Algeciras – Tanger Med duurt doorgaans rond 1 uur 30 minuten (exclusief check-in, wachttijd en havenafhandeling).
Route B: Zeevracht via Noordwest-Europese havens naar Tanger Med
Voor containers (FCL) en groupage (LCL) is zeevracht richting Tanger Med vaak logisch. Indicatieve vaartijden voor de snelste diensten liggen grofweg in de orde van enkele dagen tot ruim een week, maar dit fluctueert door rederijschema’s, transshipment, weersinvloed en terminaldrukte.
Route C: Luchtvracht voor spoedzendingen
Luchtvracht is vooral interessant bij spoed, kritieke onderdelen, samples of hoge waarde. Houd rekening met extra handling- en douanekosten, en met beperkingen op gevaarlijke stoffen of batterijen.
3) Indicatieve doorlooptijden (praktisch, geen beloften)
Doorlooptijd is niet alleen “rij- of vaartijd”: planning, cut-off tijden, douane, terminalafhandeling en piekdrukte bepalen de realiteit. In veel logistieke trajecten zit de variatie vooral in wachttijden en documentstroom.
- Weg + ferry: vaak het meest voorspelbaar voor pallets, maar gevoelig voor piekdrukte rond Zuid-Spaanse havens en aanvoerplanning.
- Zeevracht: kostenefficiënt bij volume, maar met meer spreiding in ETA’s door terminals en rederijschema’s.
- Lucht: snelste modaliteit, maar totale doorlooptijd hangt sterk af van cut-offs, douane-afhandeling en “last mile” in Marokko.
4) Douane & documentatie: waar het vaak misgaat
Marokko is buiten de EU: uitvoer uit de EU en invoer in Marokko vragen correcte documenten. Belangrijkste aandachtspunten:
- Commerciële factuur (met juiste HS-codes/omschrijving, Incoterm, waarde en valuta).
- Paklijst (collo/pallet, gewichten, afmetingen).
- Transportdocument (CMR bij weg, B/L bij zee, AWB bij lucht).
- Oorsprongs-/preferentiedocument waar relevant (bijv. EUR.1 of oorsprongsverklaring, afhankelijk van product/regeling).
Actueel aandachtspunt: voor goederen uit de Westelijke Sahara zijn er specifieke eisen aan EUR.1/oorsprongsverklaringen in het kader van preferenties. Dit raakt vooral partijen die met oorsprong/regionale herkomst te maken hebben.
5) Piekdrukte en verstoringen: plan bewust
Tussen Nederland en Marokko zie je seizoenspatronen en operationele verstoringen. Rond zomerpieken kan drukte in en rond Zuid-Spaanse havens en grens/havenprocessen toenemen, wat doorlooptijd en beschikbaarheid beïnvloedt.
Daarnaast kan terminalcongestie in Marokkaanse havens variëren: rapportages van logistieke partijen laten zien dat wachttijden per haven en per week kunnen wisselen (bijv. Tanger Med relatief licht gecongestioneerd in een recente week, Casablanca juist hoger). Dit werkt direct door in ETA’s en planningsbetrouwbaarheid.
6) Incoterms en kostenrisico: spreek het scherp af
Een groot deel van de frictie ontstaat niet door transport, maar door onduidelijkheid over wie waarvoor betaalt en wie risico draagt. Leg daarom expliciet vast:
- Incoterm (bijv. EXW, FCA, FOB, CFR/CIF, DAP, DDP) en het afgesproken leverpunt.
- Wie doet uitvoer-/invoerdouane en wie is “importer of record” in Marokko?
- Wie betaalt rechten, btw en inklaringskosten?
- Welke verzekeringsdekking geldt (cargo insurance) en wat is het claimproces?
7) Kwaliteit, schade en traceerbaarheid
Praktische maatregelen die vaak het verschil maken:
- Verpakking op modaliteit: stackbaarheid, vochtbescherming, schok/til-indicatoren bij kwetsbare goederen.
- Fotolog bij belading (pallets, seals, container stuffing) voor claims.
- Tracking & milestones: niet alleen “in transit”, maar ook cut-off, gate-in/out, douane release.
- Bufferplanning voor eerste zendingen: reken met extra tijd voor documentchecks en lokale afhandeling.
8) Praktische keuzehulp: welke optie past wanneer?
- Kleine tot middelgrote, frequente palletzendingen: vaak wegtransport (evt. met ferry) voor flexibiliteit.
- Grotere volumes of structurele stromen: zeevracht (FCL/LCL) voor kosten per eenheid, met strakkere forecast.
- Spoed/samples/onderdelen: luchtvracht, mits de totale keten (douane + last mile) mee kan.
MAROQ helpt bedrijven vooral door overzicht te bieden in deze keuzes: welke modaliteit past bij jouw product, levertijdverwachting, risico en budget – en welke afspraken horen daarbij.